Om deze risico’s rondom het vervoer van gevaarlijke stoffen te beperken gelden er internationale afspraken die zijn opgenomen in verschillende regelgeving. Zo mag de stof tijdens het vervoer niet buiten de verpakking komen. Daarnaast gelden er eisen aan de verpakking die per stof verschillen: hoe gevaarlijker de stof, hoe strenger de eisen.
Stoffen die gevaarlijk zijn voor het vervoer krijgen een UN-nummer. Dit is een wereldwijd door de VN vastgesteld stofidentificatienummer van 4 cijfers voor een bepaalde stof of groep van stoffen.
Wetgeving vervoer gevaarlijke stoffen
De regels die gelden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in Nederland zijn verdeeld over 2 wetten:
- Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS), voor vervoer over land en water;
- Wet luchtvaart, voor vervoer door de lucht
Een verdere uitwerking van de regels in de WVGS is te vinden in het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (BVGS).
De Wet luchtvaart wordt voor gevaarlijke stoffen verder uitgewerkt in het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.
Specifieke regelingen per soort vervoer
Specifieke/technische voorschriften per soort vervoer zijn opgenomen in op deze wetten gebaseerde regelingen. In deze regelingen zijn de internationale regelingen opgenomen die daarmee gelden binnen Nederland.
De volgende regelingen zijn van toepassing op het vervoer van gevaarlijke stoffen:
Wegvervoer gevaarlijke stoffen
- Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG)
- Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR)
Spoorvervoer gevaarlijke stoffen
- Regeling vervoer over de spoorwegen van gevaarlijke stoffen (VSG)
- Reglement betreffende het internationaal spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen (RID)
Binnenvaartvervoer gevaarlijke stoffen
- Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen (VBG)
- Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN)
Zeevaartvervoer gevaarlijke stoffen
Het vervoer van gevaarlijke stoffen op zee is geregeld in internationale wetgeving (Codes) en vastgesteld door de International Maritime Organisation (IMO). Door middel van artikel 55 tot en met 57 van het Schepenbesluit 2004 zijn deze Internationale Codes in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd.
- IMDG-code voor het vervoer van verpakte gevaarlijke stoffen over zee;
- IBC-Code voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in bulk;
- IMSBC-Code voor het vervoer van vaste (gevaarlijke) stoffen in bulk;
- IGC-Code voor het vervoer van vloeibaar gemaakte gassen;
- Reglement voor het Vervoer van Gevaarlijke Stoffen met zeeschepen (Rvgz): voor specifieke Nederlandse bepalingen.
Luchtvaartvervoer gevaarlijke stoffen
Voor het vervoeren van gevaarlijke stoffen door de lucht gelden de regels in titel 6.5 van de Wet luchtvaart. De wet is verder uitgewerkt in het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht. Door middel van dit besluit zijn de Technische Voorschriften en Bijlage 18 van het internationale burgerluchtvaartverdrag in Nederland van toepassing.
Belangrijke regels bij vervoer van gevaarlijke stoffen
Een bedrijf dat gevaarlijke stoffen wil vervoeren moet maatregelen nemen en zich aan regels houden. Die regels gaan onder andere over opleiding en de aanstelling van een veiligheidsadviseur
Opleiding en vakbekwaamheid
Om met gevaarlijke stoffen te mogen rijden is een opleiding nodig. Bij transport boven de vrijstellingsgrens is minimaal een basisopleidingscursus nodig die getoetst wordt door het CBR. Er zijn ook specialisatieopleidingscursussen, onder andere voor:
- vervoer in tanks
- vervoer van ontplofbare stoffen en voorwerpen (klasse 1)
- vervoer van radioactieve stoffen (klasse 7)
Veiligheidsadviseur
Een organisatie die gevaarlijke goederen vervoert over de weg moet minimaal 1 veiligheidsadviseur benoemen. Deze verplichting geldt ook als het bedrijf zich alleen bezighoudt met regelen, verpakken, beladen, vullen of lossen van gevaarlijke goederen. Maar er zijn ook uitzonderingen. Een veiligheidsadviseur benoemen is bijvoorbeeld niet nodig als alle handelingen uitsluitend worden verricht op basis van een vrijstelling van het ADR.










