Net als andere organisaties moeten ook gemeenten alle zeilen bijzetten. Mondige burgers en kritische politici, vergrijzend personeel, een digitale revolutie en andere eisen aan de stijl van leidinggeven. Ondertussen zijn gemeenten ook nog bezig met de (nawerking van) fusieprocessen en regionale samenwerkingsverbanden. Dat alles en nog meer moet aangepakt worden met minder middelen, waardoor de vraag wat eigenlijk de kerntaken zijn steeds minder te ontwijken valt. Redenen genoeg voor de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) om samen met het bureau tri-plus een conferentie te beleggen, onder de titel: Als de gemeente kantelt …, kantelt de samenwerking tussen bestuurder, management en or?
De term kantelen is de ruim honderd bezoekers al gauw te vaag. En misschien is hij ook onnodig dreigend. Dat is althans de mening van Chris Kuikman, gemeente¬secretaris van Kerkrade. ‘Bij kantelen valt er iets om, dat is iets om van te schrikken. Maar er veranderen gewoon allang dingen. Ik probeer kantelen en struikelen te voorkomen. Ook in mijn relatie met de or. Het overleg met mijn or heeft voor mij zelfs therapeutische waarde.’
Het is opvallend dat we meerdere gemeentesecretarissen en P&O’ers hun or horen prijzen, omdat die onbevangener en creatiever tegenover veranderingen staat dan het middenkader. En wat ook gaat opvallen: er komen or-leden aan het woord die een moderne, niet-defensieve benadering van medezeggenschap voorstaan. Ze hebben het heel weinig over procedures en stellen zichzelf op als regisseurs van medezeggenschap-van-onderop. Ze zien er vooral op toe dat zo veel mogelijk werknemers bij veranderingen de gelegenheid krijgen om hun zegje te doen. We horen niet één klacht over tekortschietende bevoegdheden, gebrekkige wil bij bestuurders of het primaat van de politiek.
Maar er begint ook een andere verhouding te ontstaan, die tussen organisaties en individuele medewerkers. Dat dit sterk speelt waar het Nieuwe Werken wordt ingevoerd, is logisch. De kern daarvan is immers dat leidinggevenden hun mensen niet meer doorlopend op de vingers kijken en meer moeten sturen op afgesproken resultaten. Heel wat managers, ook bij de overheid, vragen hun werknemers tegenwoordig om vraagstukken van de organisatie te benaderen alsof het hun eigen problemen zijn. Daarmee worden ze niet meer alleen als medewerker aangesproken, maar eigenlijk ook een beetje als ‘mede-ondernemer’. Dat roept wel eens protesten op. Zo waarschuwden congresdeelnemers dat werknemers en or’s het niet moeten accepteren als managers zich op deze manier van hun eigen verantwoordelijkheden afmaken.
Ook was er waardering voor een stijl van leidinggeven waarbij medewerkers op hun eigen oplossingsvermogen worden aangesproken. Dat is niet alleen volwassener, het geeft ook een nieuwe en waardevolle dimensie aan werken in een ambtelijke omgeving.












