In de dagelijkse scholingspraktijk zien we dat or’s vooral al doende leren. Bij het helder krijgen van de opleidingsvraag doen or’s bij voorkeur eerst een beroep op de trainer die zij kennen. Ook al is deze trainer op een bepaald terrein niet de deskundige bij uitstek, de vertrouwensrelatie geeft veelal de doorslag. De trainer is van goede wil en in staat de leervraag te analyseren en een training te ontwerpen en uit te voeren. Door deze kortcyclische benadering, blijven veel or’s steken in hun ontwikkeling. De traditionele wijze waarop trainingen tot stand komen, deels gestuurd door de actualiteit of voortkomend uit jaarlijkse traditie aangevuld met het tijdelijke karakter van het or-lidmaatschap, zorgen ervoor dat de medezeggenschap zich moeizaam verder ontwikkelt. Deze situatie vraagt om een andere aanpak, waarbij gebruikgemaakt wordt van een leeradviseur.
Een leeradviseur is iemand die in staat is het huidige functioneren van de or in een brede organisatiecontext te analyseren, deze te verbinden aan een toekomstige en gewenste situatie en een advies te geven over een ontwikkelroute. De aandacht gaat daarbij uit naar de organisatie als geheel. Kenmerkend in de aanpak is dan ook dat de leeradviseur ruime aandacht geeft aan een diagnose en zich niet zal beperken tot het interviewen van de or, of een delegatie daarvan, maar ook andere spelers in de organisatie, zoals bestuurder, HR en managementteam.
Een leeradviseur stuurt niet direct aan op een training, maar richt zich vooral op het maken van een analyse, het herkennen van de ontwikkelvragen en het ontwerpen van een ontwikkelplan, met daarin een diversiteit aan interventies. Met individuele en collectieve leermomenten, maar ook met deskundigheidsbevordering door raadpleging van interne deskundigen. Ook besteedt een leeradviseur aandacht aan het borgen van de persoonlijke ontwikkeling die een or-lid heeft doorgemaakt tijdens het or-werk. Het werken met competenties en Erkenning van Verworven Competenties (EVC’s) is hiervan een voorbeeld. Een leeradviseur is in staat verder te kijken dan de eerstvolgende training en kan een effectieve ontwikkel¬omgeving voor de or inrichten. Trainingen die daarna worden gevolgd, vinden hun oorsprong in het ontwikkelplan en krijgen daarmee een betere basis en voedingsbodem, omdat ze onderdeel zijn van een groter geheel. Daarmee stijgt het rendement.












