Defensie kent een eigen Besluit Medezeggenschap Defensie (BMD) dat afwijkt van de WOR. Maar eigenlijk alleen op details. Toch klinken af en toe geluiden om de WOR ook voor Defensie te laten gelden. Dat gebeurt vooral als er problemen zijn. ‘De eerste reactie is vaak: het ligt aan het BMD, voer de WOR in’, zegt Paul Hoogstraten, trainer van de medezeggenschapscommissies bij Defensie. ‘Hoewel dat een begrijpelijke reactie is, lost het problemen niet op. Het BMD is helemaal niet zo slecht.’ De problemen die af en toe in de publiciteit komen, hebben meer te maken met cultuur ‘.
De nodige verandering in cultuur, houding en gedrag vormen de grote uitdaging voor de trainers van GIPT en SBI. Deze twee bureaus kregen drie jaar geleden van het ministerie de opdracht alle trainingen te verzorgen. Peter van Sprang is tientallen jaren officier geweest. Samen met Hoogstraten bemoeit hij zich intensief met de discussie rond het functioneren van het BMD, maar vooral de cultuurverandering die er bij Defensie nodig is. Voor Van Sprang is duidelijk dat het inhuren van GITP en SBI om de trainingen te organiseren een omslag vormde in het denken over medezeggenschap.
Niet alleen gebrek aan tijd is een belemmering om mc-lid te worden. Het komt ook in het bedrijfsleven voor dat potentiële or-leden bang zijn hun baas tegen de haren in te strijken door zitting te nemen in de or. Bij Defensie is die angst groter. De angst dat lidmaatschap alleen schadelijk kan zijn voor de loopbaan is niet terecht, zeggen Van Sprang en Hoogstraten stellig. ‘Steeds meer commandanten van de nieuwe generatie hebben oog voor goed overleg.
‘Een van de doelstellingen die Hoogstraten bij zijn trainingen heeft, is het corrigeren van verkeerde beeldvorming. Lidmaatschap van een mc is niet slecht voor je carrière. Een ander te bestrijden beeld in de woorden van Hoogstraten: ‘Medezeggenschap heeft nog vaak last van het imago uit de jaren zeventig: alleen bezig zijn met de belangen van medewerkers, pas achteraf betrokken worden bij besluitvorming en vooral overal tegen zijn. Dat beeld is niet meer in overeenstemming met de werkelijkheid. In het bedrijfsleven telde je als bestuurder alleen mee als je een conflict had met je or.
Tegenwoordig ben je juist een watje. Dan heb je niet goed gehandeld. Dat is een goede ontwikkeling, want het hoort bij de rol van de bestuurder om goed met de or om te gaan. Dat zie je bij Defensie ook steeds meer. De positieve geluiden over medezeggenschap overstemmen steeds meer de negatieve geluiden.’
Te bestrijden is ook de neiging om als het lastig wordt de oorzaak bij procedures te leggen. Zoals dat het BMD plaats moet maken voor de WOR. Volgens hen doet het BMD niet onder voor de WOR en is het op sommige onderdelen zelfs beter. Dat geldt bijvoorbeeld voor het instemmingsrecht. Zo maakt de WOR onderscheid tussen advies en instemming. In het BMD zijn alle onderwerpen die adviesplichtig zijn ook overeenstemmingsplichtig. Bovendien biedt het BMD veel beter toegang tot bemiddeling bij geschillen dan de WOR, omdat Defensie haar eigen, interne geschillenregeling heeft.












