De WOR legt in grote lijnen vast hoe de medezeggenschap in organisaties minimaal geregeld moet zijn. Daar hoeven partijen zich niet aan te houden, maar als je er met elkaar niet uitkomt dan geeft deze wet een objectief houvast. Naleving daarvan is desnoods via de rechter af te dwingen en dat maakt de or heel wat minder afhankelijk van de goede wil van de bestuurder. Veel or-trainers gebruiken de WOR echter als een receptenboek voor het functioneren van de ondernemingsraad. Procedure wordt dan belangrijker dan inhoud. De or gaat op zijn strepen staan en de bestuurder wil zich de les niet laten lezen.
De WOR geeft de or vier bevoegdheden. De verplichting van de bestuurder om de raad om advies of instemming te vragen, doet zich alleen in een aantal in de wet met name genoemde gevallen voor. Zij krijgen in de praktijk echter te veel nadruk. Er zijn zelfs or’s die de lust tot welke in- of uitspraak dan ook verliezen als een voorstel niet advies- of instemmingsplichtig is. Volkomen onrecht, want de andere bevoegdheden van de or, het informatie en het overlegrecht, zijn altijd aan de orde.
De Wet op de ondernemingsraden (WOR) heeft het overleg met de bestuurder centraal geplaatst. Wellicht is dit de bron van de algemeen verbreide misvatting dat het zwaartepunt van de medezeggenschap in de overlegvergadering ligt. Natuurlijk wordt daar veel beklonken. Maar daar gaat, als het goed is, een beïnvloedingsproces aan vooraf. En het is een gemiste kans als de or die beïnvloeding uitsluitend in de overlegvergadering situeert.
De WOR behandelt het initiatiefrecht bijna terloops als een onderdeel van het overlegrecht. Terecht, want van echt overleg kan alleen sprake zijn als beide partijen voorstellen doen en initiatieven ontwikkelen. Ook het schriftelijk recht op het doen van voorstellen leidt – hoe kan het anders – tot overleg tussen or en bestuurder. Het initiatiefrecht is niets anders dan een vanzelfsprekend recht op het ongevraagd adviseren over een onderwerp dat de or daarvoor van voldoende belang acht.
De WOR kent de or een groot aantal informatierechten toe. Feitelijk heeft hij recht op alle informatie die hij gezien zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. Menig or maakt intensief gebruik van dit recht. Het met regelmaat en ongevraagd geïnformeerd worden over het algemene reilen en zeilen van de onderneming is onmisbaar voor het or-werk. Het zorgt ervoor dat de raad inzicht heeft in de achtergronden van allerlei ontwikkelingen en weet welke besluitvormingsprocessen er lopen.
De WOR geeft de or-leden niet alleen rechtsbescherming, maar ook een werkbaar niveau aan faciliteiten en voorzieningen. Als die wettelijke basis er niet was, dan zou er weinig terecht komen van de uitoefening van de bevoegdheden.












