“Het is niet de vraag óf we middel- en langdurige elektriciteitsopslag (LDES) nodig hebben, maar hoe we het ordentelijk invoeren.” Met die constatering zette TenneT in de laatste Monitor Leveringszekerheid een streep door de discussie. Vanaf 2030 moet Nederland beschikken over opslagcapaciteit die niet alleen uren, maar ook dagen kan overbruggen. ‘Intra-day’ (tot een dag, 24 GWh in 2035) en ‘multi-day’ (meerdere dagen, 27 GWh). Zonder die buffers dreigt het systeem te haperen bij lage zon- en windproductie. Maar wie betaalt de rekening? En hoe ziet een rendabele ‘businesscase’ eruit?
Richting de 100 GW
“Het opgesteld vermogen aan wind- en zonne-energie in Nederland gaat richting de 100 GW”, constateert Paul Nillesen, adviseur van de leidinggevenden in de energiesector bij PricewaterhouseCoopers (PwC). “En dat in een systeem met een piekvraag van 20 à 21 GW. Je zou zeggen: we hebben meer dan genoeg capaciteit. Maar dat is schijn. Want wind en zon leveren niet continu. De capaciteitsfactor van wind op zee is 30%, van zon nog geen 10%. Die factor geeft aan hoeveel een energiebron gemiddeld produceert ten opzichte van zijn theoretische maximale vermogen over een jaar. Dus van die 100 GW blijft effectief maar een fractie over.”
'Businesscase' die niet werkt
Daar komt bij dat kolencentrales verdwijnen en gascentrales op termijn niet meer rendabel zijn. Nillesen: “Exploitanten zeggen: ‘Wij kunnen niet leven van een paar draaiuren per jaar. Dan heb je een ‘businesscase’ die niet werkt. TenneT constateert terecht dat we regelbaar vermogen nodig hebben. Zonder buffers loopt het systeem vast. Maar de vraag is hoe je die buffers financiert.”
Batterijen zijn onderdeel van de oplossing, concludeert Noah Gooijer, projectmanager Finance bij Emmett Green. Het bedrijf adviseert, maar investeert ook in de energietransitie. “Het huidige klimaat maakt het echter lastig voor batterijprojecten om succesvol gerealiseerd te worden. Je koopt een batterij, sluit ‘m aan en verdient aan prijsarbitrage: goedkoop laden, duur ontladen. Maar de praktijk is weerbarstig. Door de stijging van transportkosten in recente jaren, inmiddels goed voor 60 tot 70% van de operationele kosten, komen ‘businesscases’ voor batterijprojecten steeds meer onder druk te staan.”
Creatief zijn
Die kosten komen bovenop lange vergunningstrajecten en complexe hardware. Gooijer: “In België worden batterijen vrijgesteld van transportkosten. Daar zie je dat projecten gaan vliegen. In Nederland niet. Hier moeten we creatief zijn: colocatie met opwek en/of verbruik, zodat je de kosten laag houdt of deelt, ‘cablepooling’ of slimme contracten zoals bij een energy hub.
Bij ‘cablepooling’ mogen meerdere energie-installaties, bijvoorbeeld een zonnepark, een windturbine en een batterij, één gezamenlijke netaansluiting gebruiken in plaats van elk een eigen aansluiting. Al die middelen zijn lapmiddelen. Het zegt genoeg dat we zulke constructies moeten bedenken om een ‘businesscase’ rond te krijgen.” Ook Mommen ziet het probleem. “Zolang beleid en regelgeving onduidelijk zijn, stellen bedrijven investeringen uit. Dat is rationeel gedrag. Je wacht tot je weet waar je aan toe bent.”
Leveren van flexibiliteit
Toch zijn er verdienmodellen. “Naast arbitrage kun je denken aan het leveren van flexibiliteit”, zegt Michiel Roelofs, oprichter van Emmett Green. “‘Balancing services’, congestiemanagement en capaciteitsvergoedingen. Maar vergoedingen voor die services zijn nog niet voor alle batterijen standaard opgenomen in de ‘businesscase’. Bredere uitrol en standaardisatie is cruciaal.”
Nillesen trekt de vergelijking met de brandweer. “We betalen de brandweer niet per brand, maar om er te zijn. Voor regelbaar vermogen dat je als ‘back-up’ in het Nederlandse elektriciteitssysteem kunt zetten, moet hetzelfde gelden. Oftewel een capaciteitsmechanisme waarbij je betaalt voor beschikbaarheid en niet alleen voor gebruik. Dat helpt ook de ‘businesscase’ van batterijen en andere LDES-technologieën.”
Zonder prikkel geen investeringen
Het idee van een capaciteitsmechanisme is niet nieuw. In andere landen bestaan al markten waar producenten betaald krijgen om ‘stand-by’ te staan. Nederland aarzelt nog. “Maar je kunt niet verwachten dat partijen ‘assets’ neerzetten die misschien één keer per jaar draaien, zonder vergoeding”, zegt Nillesen. “Dan gebeurt het gewoon niet.” Zo’n mechanisme zou investeerders zekerheid geven. “Banken komen langzaam in beweging bij batterijen”, zegt Gooijer. “Een aantal jaar was alles eng en nieuw. Nu zien ze de noodzaak. Maar ze willen stabiliteit. Als beleid continu verandert, haken ze ook af.”
Waterstof als 'back-up'
Welke technologie wint? “Voor ‘intra-day’-opslag zijn lithium-ion-batterijen op korte termijn het meest kansrijk”, zegt Gooijer. “Ze zijn bewezen, schaalbaar en goedkoper geworden. Maar voor ‘multi-day’-opslag is er op dit moment geen batterij die economisch rendabel weken kan overbruggen. Dan kom je uit bij conversie: waterstof, synthetisch gas en misschien warmtebatterijen.”
Nillesen ziet ook waterstof als optie, maar met kanttekeningen. “Je kunt overtollige elektriciteit omzetten in waterstof en dat gebruiken als buffer. Maar de efficiëntie in energieomzetting is laag en de kosten zijn hoog. Toch kan het waarde hebben als systeemoplossing. Dan kijk je niet naar de kilowattuurprijs, maar naar leveringszekerheid. Dus dan heb je waterstof als een ‘back up’-mogelijkheid.”
Maurice Mommen, programmamanager Topsector Energie is niet per se voor een technologie. “Stuur op ‘output’, niet op technologie. Als je nu kiest voor één techniek, sluit je innovatie uit. Laat duizend bloemen bloeien, maar schets wel een helder kader.”
'Compressed air storage'
Roelofs ziet ook kansen in hergebruik van bestaande infrastructuur. “Op het moment dat je grote transportleidingen hebt, bijvoorbeeld oude aardgasbuizen, kun je die onder hoge druk vullen met lucht”, legt hij uit. “Die leidingen kunnen enorme druk aan, waardoor je er veel energie in kwijt kunt. Het is relatief goedkoop omdat het netwerk er al ligt.” Volgens Roelofs is deze ‘compressed air storage’ nog experimenteel en wordt het nauwelijks ondersteund door beleid.
Subsidies komen en gaan
Alle experts wijzen op hetzelfde knelpunt: onzekerheid. “Regelgeving verandert continu”, zegt Nillesen. “Doelstellingen schuiven. Subsidies komen en gaan. Dat maakt het voor bedrijven onmogelijk om beslissingen voor de lange termijn te nemen.” Die onzekerheid werkt verlammend, ziet Mommen. “Er is een oud economisch principe: bij veel onzekerheid loont het om investeringen uit te stellen. Dat geldt hier ook. Terwijl we juist snelheid nodig hebben.”
Wat moet de overheid doen? “‘All of the above’”, zegt Nillesen. “Stimuleer innovatie, beloon beschikbaarheid, versnel vergunningen en verlaag de elektriciteitsbelasting. En zorg dat netbeheerders sneller kunnen werken. Anders halen we de doelen niet.” Gooijer vult aan: “Maak uitzonderingen op transporttarieven voor batterijen. Tijdsgebonden contracten zijn al geïntroduceerd, maar staan nog in de kinderschoenen. Dat soort prikkels kan projecten vlot trekken.”
TenneT overdrijft niet
Entra gaat ervan uit dat LDES alleen tijdig en op schaal gerealiseerd kan worden met een helder, techniekneutraal kader voor duur, beschikbaarheid en vergoedingsmechanismen. De experts zijn het erover eens: zonder duidelijkheid geen investeringen. Maar ze voegen toe dat het kader niet alleen techniekneutraal moet zijn, maar ook financieel aantrekkelijk. Zonder prikkels - zoals een capaciteitsmechanisme en lagere transportkosten - blijft LDES een papieren oplossing.
De urgentie is volgens Nillesen groot. “TenneT overdrijft niet. Als we nu niets doen, lopen we over vier jaar tegen problemen aan. Toch is de praktijk traag. Vergunningen duren jaren. Regelgeving hinkt achter de feiten aan. En bedrijven wachten af.”
Negatieve stroomprijzen
Ondertussen groeit het opgesteld vermogen door. Maar zonder buffers is dat een kaartenhuis. “We hebben 460 uur per jaar negatieve stroomprijzen”, zegt Mommen. “Dat aantal groeit. Stel dat je die overschotten voor één cent kunt benutten om synthetisch gas te maken. Dan ontstaan condities voor nieuwe ‘businesscases’. Maar dan moet je wel ruimte maken voor experimenten.”
Dat kan ook letterlijk ruimte zijn. “In de internetwereld hadden we Surfnet”, zegt Mommen. “Een plek om te testen of iets werkte. Dat missen we nu. Waarom geen ‘sandboxes’ waar je kunt experimenteren voor energie? Zet de bestaande regulering even uit en kijk wat werkt. Daar komen innovaties uit.”
Creativiteit nodig
Ook op kleinere schaal is creativiteit nodig. Een voorbeeld daarvan is ‘cablepooling’, dat in de nieuwe Energiewet meer ruimte krijgt. “‘Cablepooling’ is een stap vooruit”, zegt Gooijer. “Meerdere voorzieningen achter één aansluiting vergroten de technische en economische optimalisatiemogelijkheden en maken projecten rendabeler. Door slim te sturen kan het totale vermogen binnen de contractwaarde blijven, terwijl de infrastructuur efficiënter wordt benut. Dat scheelt niet alleen kosten, maar helpt ook om schaarse netcapaciteit en aansluitingen beter te verdelen.”
Tijdsgebonden transportrechten
Nieuwe verdienmodellen ontstaan langzaam. Een voorbeeld is het tijdsduurgebonden transportrecht (TDTR), waarbij projecten op bepaalde momenten van de dag beperkt kunnen worden in hun toegang tot het net tegen lagere transportkosten. “Toen TenneT deze rechten introduceerde, zag je vanuit investeerders een run op projecten die ze konden bemachtigen”, vertelt Gooijer. “Die vrijstelling van een deel van de transportkosten maakt een enorm verschil in de ‘businesscase’.”
Daarnaast komen proposities zoals ‘offtake agreements’ voor batterijen op, langetermijncontracten die, geheel of gedeeltelijk, een vast rendement garanderen. “In plaats van volledig afhankelijk te zijn van prijsschommelingen op de spotmarkt, bieden deze afnamecontracten stabiliteit”, duidt Gooijer. “Dat maakt het voor sommige investeerders veel aantrekkelijker om in te stappen.”
LDES laten slagen
De techniek komt er wel, beschouwen de experts. Of het nu gaat over batterijen, waterstof of conversie naar warmte. De vraag is of de financiële randvoorwaarden op tijd zijn. Want zonder duidelijkheid, financiële prikkels en samenwerking komt de leveringszekerheid in het gedrang. Nillesen: “We hebben geen tijd om struikelend naar de oplossing te komen. Daarmee bedoel ik het risico dat we te lang blijven experimenteren en discussiëren, waardoor we cruciale beslissingen uitstellen. Dat kan leiden tot tekorten, ‘black-outs’ of het niet halen van klimaatdoelen. We moeten wel actie ondernemen.”












