Sinds 1 januari 2023 hanteert de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) een andere standaardwerkwijze voor onderzoek naar arbeidsongevallen: de 'interventie werkgeversrapportage'. De werkgever is hiermee zelf verantwoordelijk voor het ongevalsonderzoek en het opstellen van een werkgeversrapportage en verbeterplan.
Om het effect van deze werkwijze te onderzoeken, deed de NLA 2 onderzoeken. Ten eerste een kwantitatieve analyse over de periode januari 2024 tot en met december 2025. Ten tweede een kwalitatief onderzoek, op basis van 39 interviews met werkgevers, slachtoffers en collega's van slachtoffers.
Zelfonderzoek is leerzamer
Uit het kwalitatieve onderzoek blijkt dat werkgevers en ongevalsslachtoffers het zelf arbeidsongevallen onderzoeken leerzamer vinden dan de oude manier van werken. Ze krijgen met deze aanpak beter zicht op de oorzaken van het ongeval. Dit helpt hen om bewuster met veiligheid om te gaan en nieuwe ongevallen hopelijk te voorkomen.
Zo zegt een preventiemedewerker in het rapport dat het makkelijk is om ideeën te bedenken van achter een bureau, maar dat medewerkers zelf veel beter in staat zijn om een oplossing te vinden die werkt en goed uitvoerbaar is. Daarbij merkt deze medewerker op dat acceptatie ook een belangrijke rol speelt. Omdat een oplossing niet alleen haalbaar moet zijn, maar medewerkers die ook moeten accepteren en toepassen.
Meer tijd nodig voor werkgeversrapportage
Uiteraard zijn er ook knelpunten bij het zelf arbeidsongevallen onderzoeken. Werkgevers ervaren het als lastig dat zij weinig tijd hebben om de werkgeversrapportage af te ronden. Ongevalsslachtoffers noemen als nadeel dat een bedrijf de ongevalssituatie zou kunnen verbloemen en mooier kan voordoen dan die was.
De meeste geïnterviewden vinden dat de werkgeversrapportage helpt om de veiligheid op de werkvloer te verbeteren. Tegelijkertijd geven ze aan dat de aandacht voor veiligheid na verloop van tijd kan afnemen. Maar dit was ook bij de oude werkwijze het geval.
Bron: NLA











