ADHD, autisme, dyslexie, dyscalculie en hoogbegaafdheid zijn ontwikkelingen in de hersenen die we traditioneel als atypisch beschouwen. Deze ontwikkelingen samen noemen we ook wel neurodiversiteit. Nu blijkt uit onderzoek dat het voor mensen met autisme moeilijker is om hun baan te behouden dan voor werkenden uit de algemene bevolking. En dat terwijl onder meer de techniek, logistiek en productie met een groot tekort aan vakmensen kampen.
Prikkels en concentratieproblemen
In de logistiek, productie en techniek kunnen neurodivergente mensen een rol vervullen, omdat ze specifieke talenten, vaardigheden en andere perspectieven naar bedrijven brengen. Tegelijkertijd ervaren neurodivergente werknemers ook belemmeringen op het werk, zoals overgevoeligheid voor prikkels, concentratieproblemen en moeite met tijdsdruk en plannen. Ook zijn ze vaak minder goed in staat om te reflecteren op eigen gedrag.
Met de slimme inzet van technologie help je deze medewerkers om hun talenten beter in te zetten op de werkvloer. Zo draagt de technologie bij aan duurzame inzetbaarheid en preventie nemen de medewerkers actiever deel aan de maatschappij. Maar de meeste organisaties moeten nog veel stappen zetten om inclusiever en toegankelijker te worden.
Veel prestatieproblemen worden veroorzaakt doordat neurodivergente werknemers zich niet veilig voelen om hun neurodiversiteit kenbaar te maken en juist proberen te verbergen. Ze vragen niet om de aanpassingen of ondersteuning die ze nodig hebben, waardoor het probleem na verloop van tijd verergert. Misschien vinden ze het ook moeilijk om het nut van technologie op de werkplek in te schatten.
Veelbelovende technologische oplossingen
Om neurodivergente mensen te ondersteunen, zijn er veelbelovende technologische oplossingen beschikbaar, maar deze worden nog maar beperkt ingezet. Zo concludeert het UWV in een onderzoek (2023) dat bestaande technologieën veel potentie hebben, maar deze in de praktijk nauwelijks worden gebruikt. De reden was dat het bij medewerkers en werkgevers aan kennis en praktijkervaring ontbrak om de beschikbare technologie goed te kunnen inzetten.
Medewerker staat centraal
Bij inclusieve technologie staat bij de ontwikkeling en implementatie ervan de medewerker centraal. De technologie bevordert toegankelijkheid en verlaagt barrières in het dagelijks werk. Denk bijvoorbeeld aan eenvoudige apparaten, zoals voorleessoftware, maar ook geavanceerde oplossingen, zoals Augmented Reality (AR), Virtual Reality (VR), kunstmatige intelligentie (AI), cobots, spraakgestuurde systemen en ergonomische werkplekinstellingen.
Benaderingen van inclusieve technologie
Op arbogebied kunnen we naar de inzet van inclusieve technologische technologie kijken vanuit 2 perspectieven.
Perspectief 1: type belemmering
Technologie kan worden ingezet bij fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele belemmeringen. Ook kan het complexe taken eenvoudiger maken. Werkinstructies voor bijvoorbeeld assemblage- of montageprocessen kunnen visueel ondersteund worden door middel van filmpjes via een tablet of projectoren, informatieborden met visuele processtappen of VR-brillen die een bepaalde handeling kunnen nabootsen. Daardoor kunnen mensen die dat normaal gesproken lastig vinden, deze taken toch goed uitvoeren.
Perspectief 2: persoonsgebonden tegenover werkplekgericht
Technologie kan worden afgestemd op de individuele behoeften van een werknemer. Maar je kunt het ook werkplekgericht inzetten. Daarbij wordt de werkplek als geheel toegankelijker gemaakt. Een concreet voorbeeld daarvan is de toepassing van AI-tekst naar spraaksoftware. Voor mensen met dyslexie kan tekst direct op de laptop of smartphone worden omgezet in gesproken woord. Deze applicaties kunnen ook gedrukte tekst naar spraak omzetten met behulp van beeldherkenning in bijvoorbeeld brieven of folders. Daarnaast kunnen ze teksten samenvatten, uitleggen in begrijpelijke taal of een actielijst opstellen.
Succes hangt af van aanpak
Of de inzet van inclusieve technologie een succes is, hangt af van de aanpak. Hierbij is een persoon-werk-fit belangrijk, dit is de mate van afstemming tussen het individu en het werk. Daarbij moet je kijken naar het herontwerp van werk, zodat de taakeisen overeenkomen met de behoeftes, belastbaarheid en talenten van de medewerker. Vaak beginnen organisaties enthousiast met een bepaalde technologie, maar als deze niet goed aansluit bij de behoeften van de werknemer of de werkomgeving, blijkt de technologie niet effectief te zijn.
Technologie afstemmen op wat nodig is
Door de werkelijke behoeften in kaart te brengen en knelpunten te identificeren, kunnen betere keuzes worden gemaakt. Het helpt dan om de eerder besproken perspectieven in kaart te brengen. Het is tenslotte belangrijk om niet alleen de mogelijkheden van de technologie goed te benutten, maar ook het werk zó te vernieuwen dat het leidt tot het beste resultaat voor het bedrijf én de medewerkers (persoon-werk-fit). Dit vereist het afstemmen van de technologie op de behoeftes van de persoon, maar ook op werkprocessen en de manier van begeleiden van de persoon. Zo hangt het succes van inclusieve technologie af van meerdere belangrijke componenten.
Succes afhankelijk van 3 componenten
- Het type technologie en technologische ondersteuning
- De effecten van de technologie op de persoon-werk-fit
- Het inbedden van inclusieve technologie binnen het beleid van de organisatie
Meer praktijkgericht onderzoek is noodzakelijk om verder te innoveren op zowel sociaal als technologisch vlak. Ook om de impact te meten van inclusieve technologie voor neurodivergente werknemers, is meer onderzoek onmisbaar. Zo kunnen we werken aan een inclusievere arbeidsmarkt, waarin iedereen de kans krijgt volwaardig deel te nemen.
Dit artikel is geschreven door Sarah Detaille (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen), Sjoerd de Vries (Hogeschool Saxion) en Joost van der Weide (Hogeschool Windesheim).
Dit artikel verscheen in iets andere vorm op PW.














