Met de nieuwe ademhalingsrichtlijn naar een goed ABM-programma

Zelf een goed ABM-programma ontwerpen? Iedereen die met persoonlijke ademhalingsbeschermingsmiddelen te maken heeft, kan daarvoor gebruikmaken van de nieuwe NVvA-richtlijn.

Met de nieuwe ademhalingsrichtlijn naar een goed ABM-programma

In april 2024 is de nieuwe NVvA-richtlijn Ademhalingsbeschermingsmiddelen gepubliceerd. Deze richtlijn is voor alle personen die betrokken zijn bij de selectie, het gebruik en het onderhoud van persoonlijke ademhalingsbeschermingsmiddelen (ABM). Dus niet alleen voor arbodeskundigen als arbeidshygiënisten en veiligheidskundigen, maar voor iedereen die met ABM te maken heeft. 

De richtlijn maakt duidelijk dat deze pas van toepassing is als laatste stap in de STOP-strategie. De scope van de nieuwe richtlijn is bovendien beperkt tot arbeidssituaties, maar niet die waarin toediening van zuurstof aan de orde is. Ook worden niet alle vormen van ademhalingsbescherming erin behandeld. De richtlijn bespreekt de onderwerpen die nodig zijn om zelf een goed ABM-programma te kunnen ontwerpen.  

Kiezen van de juiste ABM 

De aanschaf en het dragen van ABM zijn veelal gericht op de beschermingsfactor die we wenselijk achten. Maar er zijn meer aspecten waarmee je rekening moet houden. 

Zoals de uit te voeren taken en de gevaren waartegen de ABM moet beschermen (concentratie, grenswaarde, Immediately Dangerous to Life or Health oftewel IDLH-waarde). Denk ook aan de beschermingsfactor, fysieke werkbelasting, filteridentificatie en benodigde hoeveelheid ademlucht. 

Als laatste is het nog nodig te kijken naar taakgerichte factoren (besloten ruimte, oogirritatie, gebruiksduur, communicatie en mobiliteit) en gebruikergerelateerde factoren (gezichtsbeharing, brildragend, gelijktijdig andere persoonlijke beschermingsmiddelen en medische geschiktheid). 

Vaststellen van de beschermingsfactor 

Bij het vaststellen van de beschermingsfactor is het belangrijk om na te gaan of de stof waartegen beschermd moet worden ook een IDLH-waarde heeft. Wordt die IDLH-waarde op de werkplek naar verwachting overschreden? Dan is het gebruik van ABM met verse luchttoevoer (ademhalingstoestellen) verplicht. Toepassing van filtrerende middelen (wel of niet met aangedreven lucht) is in dat geval niet toegestaan. 

Na het vaststellen van de benodigde beschermingsfactor (op basis van de taak, concentratie en grenswaarde) zijn met name aspecten rondom de taak en de gebruiker bepalend voor het uiteindelijk te kiezen ABM. Bijvoorbeeld een helm of kap met aangedreven lucht in plaats van een nauwsluitend volgelaatsmasker. De richtlijn bevat een bijlage (p. 73 en verder) die de verantwoordelijke kan helpen bij het maken van de juiste keuze. 

Adviezen over de beschermingsfactor 

Verontreiniging uit de omgevingslucht kan in het ABM doordringen. Ze bieden daarom geen 100% bescherming. De mate van bescherming wordt uitgedrukt in een beschermingsfactor. Er zijn verschillende typen beschermingsfactor, ieder gebaseerd op een ander type onderzoek. 

De meest gebruikte beschermingsfactor in de praktijk is de APF. Dit staat voor Assigned Protection Factor of Toegekende Beschermingsfactor. De APF/TPF-waarde geeft aan dat bij 95% van de gebruikers de Workplace Protection Factor (WPF) voldoende bescherming geeft. Het gaat hier dus om een statistische benadering van de mate van bescherming. De WPF is de verhouding tussen de concentratie buiten en binnen het masker. 

Welke beschermingsfactor gebruiken? 

In de belangrijke norm NEN-EN 529:2005 staan de waarden van de APF/TPF voor verschillende ABM (denk aan masker FFP2 of een volgelaatsmasker GasX) die verschillende landen hebben toegekend en gebruiken. Nederland heeft dat niet gedaan. Er zijn dus geen Nederlandse APF-waarden in de norm NEN-EN 529:2005 opgenomen. 

Daardoor moeten we in Nederland altijd kiezen welke beschermingsfactoren te gebruiken zijn. Na onderzoek door de werkgroep zijn in de richtlijn de volgende adviezen opgenomen voor de beschermingsfactoren: 

  • Gebruik niet de Amerikaanse TPF/APF-waarden. 
  • Gebruik niet de NPF-waarden uit NEN EN 529:2005. 
  • Gebruik in het algemeen de TPF/APF-waarden uit het Verenigd Koninkrijk uit NEN EN 529:2005. 
  • Is er specifieke informatie beschikbaar over de beschermingsfactor van het toegepaste merk en type ABM (bijvoorbeeld uit Simulated Workplace Protection Factor oftewel SWPF-onderzoek)? Dan kan die gebruikt worden om een hogere TPF/APF-waarde voor dat middel te onderbouwen en te hanteren. 
  • Voer op bedrijfs- of brancheniveau SWPF-onderzoek uit naar in gebruik zijnde typen ABM. 
  • Zorg voor consequent gebruik van de ABM  tijdens de blootstelling. 

Adviezen over de maximale gebruiksduur 

Op basis van de doorbraaktijd is niet te voorspellen hoe lang een filter in de praktijk te gebruiken is. Zo worden gasfilters getest bij een continue doorvoer van het testgas, terwijl er in de praktijk door de ademhaling sprake is van pulserende luchtdoorvoer. Uit onderzoek blijkt dat bij pulserende doorvoer eerder doorslag optreedt. 

Verder zijn in de praktijk met name de volgende factoren van invloed op de gebruikstijd van een filter: het soort gas, damp of mengsel, de concentratie op de werkplek, de luchtvochtigheid en het ademvolume. Zwaar werk leidt tot een hoger ademhalingsvolume en daarmee tot een kortere doorbraaktijd. 

Een klasse 1 of 2 gasfilter zal bij concentraties van circa 500 parts per million (ppm) vaak al binnen tien tot enkele tientallen minuten doorslaan. Klasse 3 filters houden het langer vol, maar ook bij deze klasse filters kan bij een concentratie van 500 ppm doorslag al binnen een uur optreden. Om een effectieve bescherming te kunnen blijven bieden is tijdige vervanging van gasfilters nodig, voordat doorbraak optreedt.

Doorbraak beperken 

Om de kans op doorbraak te beperken, adviseert de werkgroep het volgende: 

  • Beoordeel de blootstelling op de werkplek met metingen of schattingen. 
  • Gebruik gasfilters alleen bij een gemiddelde blootstelling beneden 500 ppm. Bij hogere luchtconcentraties zullen gasfilters snel verzadigd raken. Kies dan een van de omgevingslucht onafhankelijke ABM. 
  • Stel de maximale gebruiksduur van een gasfilter vast, op basis van informatie van de leverancier, met enkele online tools of onderzoek zelf de doorbraaktijd in de praktijk. 
  • Bepaal of het filter op meerdere werkdagen inzetbaar is, op basis van de doorbraaktijd, de gebruiksduur en de eigenschappen van de stoffen waartegen het filter bescherming biedt. Gebruik gasfilters maximaal gedurende een periode van 1 week. Hergebruik van filters die bedoeld zijn voor eenmalig gebruik is niet toegestaan. 
  • Bij herhaald gebruik: sluit het filter af van de omgevingslucht tijdens het bewaren om verzadiging met waterdamp te voorkomen. 
  • Gebruik het gasfilter niet meer als de uiterste gebruiksdatum op het gasfilter is overschreden. 

Adviezen over face-fittesten 

Het begrip face-fit test is een groeiend fenomeen. Zo’n ‘gezichtpasvormtest’ controleert de nauw aansluitende afdichting van een masker op het gelaat. Face-fittesten zijn dan ook uitsluitend af te nemen bij gebruikers van nauwsluitende, zogeheten tight fitting ABM: Filtering Facepieces (FFP’s), half- en volgelaatsmaskers. Er bestaat dus geen face-fittest voor loose fitting ABM zoals verse-luchtkappen en -helmen. 

Het zal duidelijk zijn dat personen die een face-fittest ondergaan gladgeschoren zijn en geen piercings dragen in het ‘seal’-gebied. Dit betekent dat er ook geen stoppelvorming mag zijn. De normen geven een maximale scheertermijn aan van respectievelijk 8 of 12 uur voorafgaande aan de face-fittest. 

Een overzichtsstudie naar gezichtsbeharing en lekkage bij onderdruk heeft laten zien dat de bescherming kan afnemen met een factor 20 tot 1000 bij de aanwezigheid van gezichtsbeharing. In de fit-testprotocollen is aangegeven dat personen die niet voldoen aan de gezichtsbeharingscriteria niet getest mogen worden. 

Frequentie en protollen 

Het regelmatig uitvoeren van een face-fittest (bij tight-fitting ABM) is niet wettelijk voorgeschreven, behalve in de asbestbranche. In de sector industriële reiniging, in het beheersregime Chroom-6 en bij het werken in verontreinigde grond is het regelmatig testen in sectorovereenkomsten vastgelegd. 

De richtlijn adviseert om: 

  • Een face-fittest 1 keer per jaar uit te voeren op alle typen afhankelijke ABM die nauw aansluiten op het gelaat. Kies bij voorkeur voor kwantitatieve face-fittesten. 
  • Gebruik als basis het OSHA 1910.134 Fast of Redon protocol voor afhankelijke adembescherming. 
  • Gebruik het HSE INDG 479 protocol voor ABM die gebruikt worden in de asbestsanering. Dit is een wettelijk verplichting. 
  • Maak bij voorkeur gebruik van bedrijven die Gele Safety Sign-gecertificeerd zijn om face-fittesten uit te voeren. 
  • Inventariseer bij het uitvoeren van face-fittesten de actuele infectierisico’s en neem hierop passende maatregelen. 
  • De frequentie kan omlaag naar 1 keer per 2 of 3 jaar als voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden. 
  • Stel aan de gebruikers van ABM jaarlijks vragen die aanleiding kunnen geven tot het (opnieuw) afnemen van face-fittesten. Aan de beantwoording zitten de acties wel of niet uitnodigen voor een face-fittest gekoppeld. 

Nieuwe richtlijn belangrijke stap in kennis en keuze ABM 

De originele richtlijn uit 2001 heeft in de afgelopen ruim 20 jaar een belangrijke plaats gekregen in het denken en handelen op het gebied van ABM. De NVvA verwacht met deze lijvige herziening opnieuw een belangrijke stap te zetten in het verspreiden van kennis over ABM. Maar ook in het opzetten en onderhouden van een ABM-programma. En in het maken van een juiste keuze in het type en kwaliteit van ABM in de dagelijkse praktijk. 

Geert Wieling

Geert Wieling

Arbeidshygiënist

Geert Wieling is arbeidsdeskundige en arbeidshygiënist. Hij is de voorzitter van de NVvA-werkgroep Herziening Richtlijn Ademhalingsbescherming en eigenaar van GW Arbo Advies. 

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.