De verschillen tussen sectoren zijn gering. De kleinste stijging van de lonen is te zien bij het openbaar bestuur. Daar gingen de lonen slechts met 0,8 procent omhoog. De handelssector boekte met 1,8 procent de grootste loonstijging. Sommige CAO’s die dit jaar de aandacht trokken, zijn nog niet in de cijfers opgenomen. Een voorbeeld is de bouw-CAO, waarin een loonsverhoging van ruim 7 procent is afgesproken voor de komende twee jaar. Deze CAO tikt nog niet door in de cijfers omdat de eerste loonsverhoging uit deze collectieve overeenkomst pas ingaat op 1 juli.
Eerder dit jaar meldde werkgeversvereniging AWVN dat de gemiddelde loonsverhoging na 59 CAO-akkoorden 2,2 procent bedroeg. Vakbonden betwisten dit. Ze verwijten de werkgeversorganisatie niet te kijken naar de hoeveelheid werknemers die onder een CAO valt. Bij de AWVN telt een CAO voor vijfduizend werknemers even zwaar als een voor honderdduizend mensen. Het CBS weegt de omvang van de CAO wel mee.












