Ondanks wijzigingen in de nieuwe Arbowet, heeft de ondernemingsraad nog steeds instemmingsrecht op de Risico-inventarisatie en -evaluatie(RI&E). Hoe bepaalt de OR zijn inbreng? Een checklist.
Ook de ouderdom van de RI&E is erg bepalend. In dit verband wordt er wel gesproken van een levensduur van vier à vijf jaar. Zijn er tussentijds grote veranderingen doorgevoerd (huisvesting, nieuwe productieprocessen, wijzing van werktijden, reorganisaties) dan is de rie sneller verouderd.
Maak gebruik van de gegevens uit bijvoorbeeld het pago (tegenwoordig ook wel periodiek medisch onderzoek (PMO) genoemd, het medisch spreekuur, analyse ziekteverzuimcijfers, melding ongevallen en bijna-ongevallen, klachtenregelingen en dergelijke om te bepalen ‘waar de schoen wringt’. Laat daar nader onderzoek naar plaatsvinden.
Bespreek met de arbodienst regelmatig wederzijdse ervaringen en verwachtingen om daarmee meer inzicht te krijgen in de specifieke risico’s in de eigen onderneming. Zijn deze risico’s al voldoende uitgediept?
Aandacht voor wijzigingen in de arbeidsomstandigheden bij het besluiten tot ingrijpende veranderingen als reorganisaties, verhuizingen en dergelijke hebben vaak het karakter van een inschatting vooraf. In de werkelijkheid kan het altijd anders uitpakken. Vergeet niet dat er na invoering nog een aanvullende RI&E moet plaatsvinden.
Een bijzonder onderdeel van de RI&E is het opsporen van instructie- en voorlichtingsbehoefte. Zijn nieuwe materialen, apparaten en werkprocessen daar al in betrokken geweest.
Vaak is in een eerste RI&E de aandacht vooral gericht op de zogenaamde harde risico’s: gevaarlijke stoffen en situaties. Daar is de winst het snelst te behalen. Maar er zijn ook welzijnsrisico’s die pas op den duur tot uitval en arbeidsongeschiktheid leiden. Als dat nog niet is gebeurd, moet er in een aanvullende rie worden ingegaan op de werkbeleving, stijl van leidinggeven en het sociaal klimaat van de onderneming.












