– Is de ondernemingsraad op de hoogte van het arbobeleid op hoofdlijnen en de verschillende beleidsonderdelen?
– Heeft de OR inzicht in hoe de organisatie vorm geeft aan de arbobeleidscyclus?
– Weet de OR wie er verantwoordelijk zijn voor het formuleren en het uitvoeren van het arbobeleid en hoe de taakverdeling eruitziet?
– Heeft de OR een netwerk opgebouwd met belangrijke contacten op het gebied van arbo (arbocoördinator, preventiemedewerkers, BHV’ers, arbodienst, bedrijfsarts, enz.)?
– Ontvangt de OR voldoende informatie over de ontwikkelingen op het gebied van arbo binnen de eigen organisatie?
– Krijgt de ondernemingsraad instemmingsrecht over de keuze van de arbodienst en het contract, verzuim- en
re-integratiebeleid, veiligheidsbeleid, beleid persoonlijke beschermingsmiddelen, organisatie en inrichting BHV, invulling preventiemedewerkers, wijze tot stand komen risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE) en het hierbij behorende plan van aanpak?
– Neemt de OR bij de beoordeling van voorgenomen besluiten (adviesaanvragen en instemmingsverzoeken) de arbo-aspecten mee?
– Komt de OR zelf met initiatiefvoorstellen die de arbeidsomstandigheden van de medewerkers positief beïnvloeden?
– Heeft de ondernemingsraad een eigen arbocommissie ingesteld en volgen de leden van deze commissie hiervoor gerichte scholing?
Als OR aan de slag met arbeidsomstandigheden? Kom naar de Landelijke VGWM-dag op 31 maart 2016.













