Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
NCR zet vanaf 2012 in op het wijzigen van het lineaire beloningssysteem naar een niet-lineair beloningssysteem. In dat kader stelt NCR in 2014 (opnieuw) voor een onderdeel van het SCP te wijzigen. Hoewel de or niet om toestemming was verzocht en ook geen toestemming aan de kantonrechter was gevraagd, is de ondernemer overgegaan tot uitvoering van de wijzigingen.
Ondernemer vraagt om vervangende toestemming
In oktober 2014 oordeelde de kantonrechter dat de or terecht de nietigheid van het besluit had ingeroepen. Met instemming van de individuele salesmedewerkers is het jaar 2014 toch afgewikkeld conform het voorgestelde SCP 2014. Eind 2014 vraagt NCR de or om instemming voor de beoogde aanpassingen van het SCP voor 2015. De or verleent geen instemming. De wijzigingen betekenen een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden voor de salesmedewerkers. NCR vraagt de kantonrechter om vervangende toestemming.
Oordeel van de kantonrechter
De kantonrechter overweegt dat de bezwaren van de or in de kern zijn gericht tegen de wijziging van de beloningsstructuur. Bij de vraag of er sprake is van een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden dient het SCP 2015 te worden vergeleken met het SCP 2013, omdat de or het SCP 2012 en 2013 (impliciet) heeft geaccepteerd.
Verzet or is niet onredelijk
De kantonrechter oordeelt dat er inderdaad sprake is van een verslechtering. Het is daarom niet onredelijk dat de or zich tegen de voorgestelde wijzigingen verzet. NCR heeft ook op geen enkele wijze onderbouwd dat er sprake zou zijn van een (bedrijfseconomische) noodzaak voor de wijziging, zodat de kantonrechter vervangende toestemming zou moeten verlenen. NRC voert aan dat het besluit voor de wijzigingen in de VS op concernniveau wordt genomen en ziet op een veel grotere groep werknemers dan alleen de zes in Nederland en dat NCR daar weinig invloed op heeft.
De kantonrechter oordeelt dat dit omstandigheden zijn die weliswaar meewegen. Het gewicht daarvan is niet dusdanig dat op grond daarvan het standpunt van de or onredelijk is. De kantonrechter verleent de gevraagde toestemming niet.
Wanneer vervangende toestemming?
Een kantonrechter verleent vervangende toestemming als de onthouding van instemming onredelijk is. Ook kan de kantonrechter hiertoe besluiten wanneer het voorgenomen besluit gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, -economische of -sociale redenen. Uit deze uitspraak blijkt dat de omstandigheid dat de ondernemer weinig invloed heeft op een beslissing uit het concern wel meeweegt bij de beoordeling. Het gewicht is echter niet dusdanig dat het op voorhand onredelijk is dat de or weigert instemming te verlenen.
Ondernemer moet besluit motiveren
Voor het verkrijgen van vervangende toestemming zal de ondernemer dus niet alleen moeten verwijzen naar het concernbelang, maar daarbij ook moeten motiveren waarom het besluit over de regeling van groot belang is voor de eigen onderneming (mede gezien zijn positie binnen het concern).
Voorzieningenrechter Amsterdam, 15 oktober 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:7787
Auteur Bénine van Huisstede – Zeijlstra is advocaat bij Boontje Advocaten