Die is eenvoudig. De manager is de baas die taken toewijst en resultaten verlangt. Doe je het als medewerker goed dan wordt je beloond, zoniet dan gestraft. Belonen kan met ontwikkeling of met salaris. En uiteraard moet dat allemaal kostenneutraal, want kostenbeheersing is cruciaal.
Wat me vooral irriteert is het woord ‘belonen’. Belonen, dat doe je kinderen als ze werk zijn gaan maken van hun huiswerk. Je beloont de hond met een snoepje of het paard met een suikerklontje. Bij belonen hoort ook straffen en ik ben heel wat gestraft in mijn kinderjaren. Dat was toen een makkelijk gebruikt instrument om je in het gareel te krijgen. Wat overigens niet erg gelukt is.
Mijn punt is dat ik belonen en straffen niet vind thuishoren in een moderne arbeidsorganisatie. Ik wil niet beloond worden, maar gewoon betaald. Betaald voor het werk dat ik doe en voor de waarde die ik voor het bedrijf heb. En dat volgens de afspraken die ik daarover gemaakt heb met het bedrijf. Ik geef iets en ik krijg iets terug. Dat lijkt mij een volwassen verhouding.
Bij het denken in belonen en straffen speelt een ongelijke verhouding. Wie beloont stelt de regels en mag zich veroorloven macht te gebruiken. Bijvoorbeeld door te dreigen dat je beter uit de or kunt stappen. Of door leuke klussen aan collega’s te geven en niet aan jou. Of door je positie ter discussie te stellen. Maar een chef is geen papa en jij bent kind noch beest. Dus woorden als beloning en beloningsysteem moeten we voortaan maar uit de cao en het personeelswoordenboek schrappen.





