De laatste tijd gebeuren er echter zaken die dat automatisch vertrouwen geen goed doen. Sleutelfiguren van belangrijke internationale banken hebben wonderlijke financiële constructies bedacht die u uw buurman niet zou aansmeren. En toezichthouders hielden geen toezicht. Wat is er toch aan de hand met die keurige zakenlieden die de hele wereld lijken mee te sleuren in een recessie?
Mijn stelling is dat bestuurders kwetsbaarder zijn dan ‘gewone’ werknemers, omdat bestuurders minder kans hebben door collega’s op hun gedrag te worden aangesproken. Dit is een direct gevolg van de hoge hiërarchische positie. Om goed in balans te blijven heeft ieder mens het nodig om aangesproken te worden op zijn gedrag. Wie doet dat bij de bestuurder?
Als iemand in de war is, herken je dat vrijwel meteen. Er bestaan echter aandoeningen die minder snel als zodanig herkend worden. Neem bijvoorbeeld de bipolaire stoornis waarbij iemand afwisselend heel druk en manisch is en afwisselend depressief. Met name voor een persoon met veel mogelijkheden tot het nemen van besluiten kan een manische periode ook voor de organisatie risico’s inhouden
.Ik wil hier niet beweren dat onze economische leiders leiden aan een bipolaire stoornis. Dit ziektebeeld laat wel goed zien dat buitensporige ideeën en een groot enthousiasme soms uit lucht bestaan, maar wel een kortdurende enorme aantrekkingskracht kunnen hebben op anderen. Wellicht is een aantal wel ten prooi gevallen aan een mildere vorm ervan. David Owen omschrijft deze mildere vorm als hoogmoed. Volgens Owen zijn trotse mensen op hoge posities hier kwetsbaar voor. Schiet men in de fase van overmoed, dan leidt dit tot het verlies van hun kritische vermogens. Men krijgt last van een overdreven zelfvertrouwen. Dit gaat samen met het minachten van adviezen die strijdig zijn met hun eigen geloof. Het gaat hier om een soort beroepsziekte: hoe langer aan de macht, des te groter de kans in die geestesgesteldheid te raken.
Daarom is het belangrijk dat de or voldoende zicht houdt op het functioneren van de directie. Eén van de oorzaken van rampzalig beleid is het ontbreken van goede controlemechanismen in organisaties. Een aantal zaken is te checken door de or:
1. Wordt de deskundigheid binnen de Raad van Commissarissen goed benut door de bestuurder? Bestuurders die hun beleid om de RvC en or organiseren moeten gewezen worden op een te vrije bestuursstijl.
2. Krijgt de accountant voldoende ruimte, middelen en informatie voor de jaarlijkse financiële controle? Accountants werken uiteindelijk met het materiaal dat de organisatie hen overhandigd, en nemen daarbij steekproeven.
3. Kan de leiderschapsstijl van de hoogste bestuurder ook meegenomen worden in een jaarlijks terugkerend medewerkerstevredenheidsonderzoek? Zo kan op een neutrale wijze feedback worden gekregen en gekeken worden of er lacunes in de bestuursstijl aanwezig zijn.
4. Is de beleidsruimte van de hoogste bestuurder goed omschreven in het aanwezige directiestatuut van de organisatie?
Als or kun je deze aanpak naar meer transparant en degelijk leiderschap tot één van de eigen speerpunten maken.












