“Or met een vlag?” of “fundament onder de or”?
Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
<P>De WOR onthoudt zich van een kwalificatie over hoe de or or moet zijn. Toevoegingen als kern, regie of netwerk hebben geen wettelijke betekenis. Je moet bij die or’s zelf te rade gaan om te weten wat die specifieke toevoeging betekent. </P> <P>Zo blijkt bij voorbeeld uit een artikel in het meinummer 2007 van het blad Ondernemingsraad, dat de kern-or op drie uitgangspunten berust. Het gaat om een or met een beperkt aantal zetels, met behoud van de oorspronkelijke omvang aan tijdsfaciliteiten en bestaande uit geselecteerde leden. Waarom hiervoor gekozen? <br>Volgens het artikel had deze or te maken met herkenbare problemen: "Or-leden die voor ‘spek en bonen’ meedoen, trage besluitvorming binnen de or en or-leden met eigen stokpaardjes." Deze problemen zijn echter niet exclusief voor de or. We komen ze ook tegen in verenigings- en bestuurskringen en in managementteams. </P> <P>Kijkend naar de output van de kern-or-oplossing – een kleine or, snellere besluiten door competente or-leden – lijkt er in de situatie van die organisatie het goede antwoord gevonden te zijn. De medewerkers waren na een jaar tevreden over het functioneren van de kern-or. De vraag is of deze uitkomst het rechtvaardigt te breken met de grondbeginselen voor de personeelsvertegenwoordiging. Grondbeginselen zoals: een vrije kandidaatstelling, een rechtstreekse verkiezing door en uit het personeel en een aan de personeelsomvang en opbouw gerelateerde samenstelling van de vertegenwoordiging? </P> <P>Naast de genoemde problemen die op het functioneren van de or slaan, is er de steeds verder gaande individualisering van de maatschappij en binnen arbeidsorganisaties. Werknemers stellen zich als ondernemers op die over hun arbeidsinzet en voorwaarden zelf willen onderhandelen. Arbeidsrelaties worden steeds meer tijdelijk en vooral flexibel. Aandeelhouders maar ook bestuurders gaan steeds meer denken vanuit eigendomsrechten. Besluitvorming wordt weer een exclusief zeggenschapsinstrument. Dit veranderingsproces lijkt op de sneltrein met in de achterste wagon de or. Verliest de medezeggenschap de aansluiting op deze ontwikkelingen? Een ding is zeker: al deze veranderingen tezamen vormen een complexer vraagstuk dan waar de kern-or, regie-or of netwerk-or een antwoord op is. De oplossing zit niet in de naamgeving, niet in het repareren van wetgeving of een nieuwe WOR. Het fundament van medezeggenschap moet weer worden opgezocht en desnoods opnieuw aangelegd alvorens het MZ-gebouw op te metselen. Slechts een breed gedragen visie over het nut en de noodzaak van ‘de personeelsvertegenwoordiging’ in de besluitvorming leidt tot passende oplossingen. Goed werkgeverschap en goed werknemerschap krijgen dan naast de arbeidsrechtelijke ook betekenis in het medezeggenschapsrecht. </P>