Ontslagverbod PVT-leden

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

De werkgever kan de arbeidsovereenkomst van een in de onderneming werkzame persoon die (plaatsvervangend) lid is van de PVT niet opzeggen. Ontslaat de werkgever deze persoon toch dan is een dergelijk ontslag nietig. Dat wil zeggen dat het ontslag geen rechtskracht heeft en dus niet geldig is. De betrokken werknemer hoeft zelf niets te doen. De nietigheid van het ontslag geldt automatisch. De arbeidsovereenkomst blijft dus gewoon in stand. Als de betrokken werknemer bereid blijft om de overeengekomen arbeid te verrichten, kan hij van de werkgever zijn loon vorderen. Daarnaast houdt hij gewoon zijn rechten als (plaatsvervangend) lid van de PVT. Het ontslagverbod geldt niet, wanneer de betrokken werknemer:
  • schriftelijk instemt met het ontslag. Er is dan sprake van wederzijds goedvinden;
  • wordt ontslagen op staande voet. Naast schending van de geheimhoudingsplicht kan een reden voor een dergelijk ontslag zijn bijvoorbeeld diefstal of verduistering of het bedreigen van de werkgever;
  • wordt ontslagen via een procedure bij de kantonrechter waarbij de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens gewichtige redenen en waarbij moet blijken dat het ontslag geen verband houdt met het lidmaatschap van de PVT;
  • wordt ontslagen omdat de tijd waarvoor de arbeidsovereenkomst is aangegaan is verstreken;
  • wordt ontslagen omdat de werkzaamheden van (het onderdeel van) de onderneming waarin hij werkzaam is worden beëindigd.
Deze ontslagbescherming geldt niet voor werknemers met een publiekrechtelijke aanstelling (ambtenaren). Voor hen gelden afwijkende rechtspositionele regelingen.
  • Art. 7:670, vierde lid BW
  • Art. 7:670b j° 7:678, tweede lid, onder d en e, BW
  • Art. 7:685 BW

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.