De ondernemer of de PVT kan dan de kantonrechter verzoeken om het betreffende lid voor een bepaalde tijd van alle of bepaalde werkzaamheden van de PVT uit te sluiten. Bijvoorbeeld het overleg met de ondernemer. De uitsluitingsduur kan niet langer zijn dan tot het einde van de zittingsperiode van dat lid van de PVT. Bij de inhoud en tijdsduur van de uitsluiting door de kantonrechter spelen aard en ernst van de misdraging een rol. Het gaat hier dus om een maatregel van orde. Overigens betekent de uitsluiting niet dat het lidmaatschap van de PVT is beëindigd. Het betreffende lid behoudt alle rechten, met uitzondering van die rechten die samenhangen met de werkzaamheden waarvan hij door de rechter is uitgesloten.
Voordat het verzoek om uitsluiting aan de kantonrechter wordt gericht, moet degene die het verzoek wil doen de betrokkene in de gelegenheid stellen zijn zienswijze te geven. De ondernemer en de PVT moeten elkaar in kennis stellen van het bij de kantonrechter ingediende verzoek om uitsluiting.
Art. 13, WOR











